close

Become a NICC member

Fill in the form to become a NICC member.

First name

Last name

Address

Email

Subscribe to the newsletter.

close

Subscribe to our newsletter

Stay up to date with the NICC newsletter.

First name

Last name

Email

Luc Deleu

In 1969, als pas afgestudeerde architect, begaf ik mij door allerhande omstandigheden vlug in de kunstwereld, onder andere begin 1970 met de tentoonstelling LUC DELEU NEEMT AFSCHEID VAN DE ARCHITECTUUR in galerij VACUÜM. Toen ik aan Sint Lukas Brussel architectuur studeerde was ik al aangetrokken door de vrijheid in het denken en doen die de studenten in de afdeling vrije kunsten zich aanmaten en verkregen. (Dat is vandaag wel anders geworden. De hedendaagse kunstenaar wordt nu ook geplaagd door normen, onaangepaste formulieren, uitgebreide dossiers en dikke portfolio’s, hij wordt ook meer en meer betutteld, gepamperd en aan het establishment geofferd door curatoren en andere kunstliefhebbers. De kunstopleidingen –nu in de universiteiten gekanteld- gaan gretig mee in die trend.) Ik “netwerkte” dus als jongeling wel in kunstenaarsmilieu’s maar was toch altijd en blijvend met architectuur bezig, zij het dat ik daar mijn twijfels aan het architectuurinstituut tot uitdrukking bracht en het zwaartepunt van architectuur elders legde. Om armslag te ontwikkelen richtte ik al in 1972  T.O.P. office op, een groep mensen wiens aanzienlijk belang binnen het scheppend proces verder toeneemt.

Onder het motto “Een goede woonomgeving is belangrijker is dan de woning zelf” (of met andere woorden het wonen is essentiëler dan de woning) ging de architectuur zich in twintigste eeuw meer en meer op het stadsontwerp en stedenbouw toeleggen, het leek mij dus logisch om voor de eenentwintigste eeuw/het derde millennium de schaal van het wonen planetair te zien: “De aarde is belangrijker dan de stad.” Met mama aarde kan men alleen maar conceptueel bezig zijn… De tijd en vooral de kunstwereld was toen rijp voor “concept” waardoor mijn introductie als bouwkunstenaar daar quasi automatisch verliep.

Sinds het prille begin is de planetaire schaal dus op één of andere manier altijd, bewust en/of onbewust, in het werk aanwezig, soms op de voorgrond soms als een schaduw op de achtergrond. Gewild of ongewild is het zelf bedruipend “ruimteschip aarde [i]” het hoofdthema van T.O.P. office’s werk. Met eenzelfde benadering als die van de beeldende kunsten worden (steden)bouwkunstige projecten, concepten en voorstellen naar voor gebracht, hierdoor zit het werk (on)comfortabel op of tussen twee stoelen.

Ik hoop dat de kracht van het werk er in bestaat dat onze concepten en projecten niet dwingend, humoristisch en optimistisch zijn. Ze worden – niet publicitair - door vorm en middel zelf relativerend geformuleerd. T.O.P. office noch ik hebben zich ooit geroepen gevoeld om met de megafoon in de hand haantje de voorste te spelen of de les te spellen alsof al onze hersenspinsels dogmatisch en propagandistisch de wereld moeten veroveren. Wij vinden het echt niet nodig om elk idee ten allerprijs gerealiseerd te zien. T.O.P. office giet het idee in een aangename vorm, dat is al genoeg. Goede ideeën realiseren zich zelf wel. Daarom voelen we ons ook eerder wegbereiders.

Door zijn vrije verbeelding zou het werk utopisch zijn terwijl het toch heel pragmatisch is, onmiddellijk en gemakkelijk uitvoerbaar. Het lange termijn denken is voor een wereld, waar denken op korte termijn de maatstaf is, natuurlijk altijd utopisch. Een genormeerde, gestroomlijnde en gesystematiseerde maatschappij kan geen vrijheid van denken aan, dat is te moeilijk voor haar en choqueert. Daarom is de beeldende kunst zo’n geschikt en aangenaam podium voor mij gebleken!

 

[i] Space Ship Earth, gemunt door Buckminster Fuller.