nicc Website

NICC VRAAGT HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE CACHETREGELING UIT TE BREIDEN NAAR SCHEPPENDE KUNSTENAARS

Op 12 januari 2011 had een delegatie van NICC een onderhoud met de adviseur kunsten van het kabinet Cultuur, dhr. Jan Vermassen. NICC verdedigde het belang van rechtstreekse ondersteuningsmaatregelen door de overheid voor beeldende kunstenaars. Ook de discriminatie van scheppende kunstenaars die geen gebruik kunnen maken van de cachetregeling werd aangekaart door NICC. De cachetregeling laat toe om ontvangen bedragen voor artistieke prestaties door middel van deling door een referteloon per dag om te zetten in effectief gepresteerde arbeidsdagen. Op die manier krijgen beeldende kunstenaars moeilijker toegang tot het kunstenaarsstatuut.

In navolging van dit gesprek bezorgde NICC een voorstel van uitbreiding van de cachetregeling voor scheppende kunstenaars aan het Vlaams kabinet Cultuur die de materie zou aankaarten bij de bevoegde federale instanties.

 

 

Geachte Heer Vermassen,

Tijdens onze bijeenkomst op 12 januari vertelde u ons dat de Minister zal vragen om stappen te ondernemen bij haar federale collega's teneinde de cachetregeling in het kunstenaarsstatuut ook toe te passen voor scheppende kunstenaars. U vroeg om een juridisch onderbouwde uitleg, die u in bijlage vindt: 2 teksten opgesteld door het Kunstenloket en NICC.

 

Op een sectoriële vergadering met politici van diverse partijen in mei 2010 hebben wij gehoord dat sommigen zich zorgen maken over de mogelijkheid tot fraude bij de toekenning van het kunstenaarsstatuut. Uiteraard is dit een legitieme zorg. Maar NICC wijst er op dat het eventuele onrechtmatige gebruik van het kunstenaarsstatuut door niet-kunstenaars zeker niet mag leiden tot een immobiliteit in het wegwerken van de discriminatie van scheppende ten opzichte van uitvoerende kunstenaars. NICC wil zich zelfs ter beschikking stellen indien het wenselijk geacht wordt om criteria uit te werken waaraan gebruikers van het kunstenaarsstatuut dienen te voldoen.

 

Wij zijn ook zeer tevreden met de intentie van de Minister om voor de volgende toekenningsronde van structurele subsidies (2012) naar een verdeling van 90%-10% te gaan. Over de bestemming van die 10 % projectmiddelen, voor kunstenaars als organisaties willen wij graag verder overleg plegen met uw kabinet. Voor de toekomst van de beeldende kunst in Vlaanderen is het bijzonder belangrijk dat minstens de helft daarvan naar vooral structurele werkingsbeurzen voor scheppende kunstenaars gaat.

 

Met dank voor uw aandacht tekenen

 


Guillaume Bijl, beeldend kunstenaar, voorzitter NICC

Wim Catrysse, beeldend kunstenaar, secretaris NICC

Mark Swysen, beeldend kunstenaar, penningmeester NICC


 

 

 

 

 

In bijlage: achtergrondinformatie cachetregeling van NICC en Kunstenloket

 

ONLINE PETITIE CULTUURBELEID IN VLAANDEREN

Wij, NICC vzw, belangenbehartiger van de professionele beeldende kunstenaars, zijn ten zeerste verontwaardigd. De werkingsbeurzen toegekend aan individuele scheppende beeldende kunstenaars zijn in 2010 met 30 % verminderd. (van de sedert 10 jaar jaarlijks voorziene 750.000 € naar 521.700 € vandaag.)

 

Op internationale werkverblijven, reis-, verblijf- en transportkosten werd 42% bespaard: 53.000 € in plaats van het gebruikelijke luttele bedrag van 92.000 €.

 

Wie het totale budget van het Kunstendecreet ontleedt, stelt vast dat slechts 1% naar de ondersteuning van individuele kunstenaars gaat, in alle kunstensectoren samen. De overige 99% gaat naar instellingen e.a: een totaal onlogisch en onconstructief kunstenbeleid, zoals in geen enkel ander Europees land gebeurt.

Door deze frappante onevenredigheid zijn de meeste van onze Vlaamse professionele beeldende kunstenaars (die meestal hun eerste verkoop pas realiseren rond hun 30ste jaar, maar wel dagelijks onkosten zoals atelier- en depothuur, productiekosten, assistentie, reizen, boekhoudkosten, belastingsoverlast e.a. moeten financieren) genoodzaakt om deeltijds bij te jobben: dit is nefast voor de ontplooiing van hun kunstactiviteit en oeuvre.

 

Het aankoopbudget voor werk van hedendaagse kunstenaars is bijna tot nihil herleid de laatste jaren. Dit is allesbehalve bevorderlijk voor het toekomstig Erfgoed. Nochtans zou dit een win–winsituatie met een ideale return-on-investment kunnen zijn: de gemeenschap koopt kunstwerken van levende kunstenaars aan op dat ogenblik voordelige prijzen; de aangekochte werken worden later historisch erfgoed, waarvan de meeste in waarde stijgen.

 

Het sociaal kunstenaarsstatuut is onvoldoende toegankelijk voor scheppende beeldende kunstenaars.

 

Reeds jaren ijvert het NICC voor een vermeerdering van structurele werkingsbeurzen voor individuele beeldende kunstenaars, serieuze aankoopbedragen en een normaal kunstenaarsstatuut.

Dit alles is in flagrante tegenspraak met het Regeerakkoord van de Vlaamse regering waarin letterlijk staat : “dat er meer aandacht moet komen voor de individuele kunstenaars en hun sociaaljuridische positie alsook een sterkere investering in beurzen en ruimere trajectbeurzen.”

Guillaume Bijl, beeldend kunstenaar en voorzitter NICC

 

 

REACTIE VOBK - NICC OP DE BESPARINGEN OP KUNST EN CULTUUR

Besparingen op kunst en cultuur zijn contraproductief. VOBK en NICC maken zich zorgen.
Minister Schauvliege bespaart. Ook op kunst en cultuur. De sector ziet de noodzaak hiervan in. Toch is zij kritisch. Niet alleen omdat het haar zeer direct en op een gevoelig moment treft. Maar ze maakt zich ernstig zorgen over de manier waarop het gebeurt, de effectiviteit en de lange termijn gevolgen.
Het VOBK en NICC leggen uit waarom:

Kunst en cultuur stimuleren de (economische) impulsen en is bij uitstek een middel om crisis te bestrijden.

Kunst en cultuur hebben één enorm belangrijke eigenschap: ze zetten dingen in beweging. Ideeën, visioenen, mensen, politiek, wetenschap én economie.
Bijvoorbeeld wordt kunst en cultuur sinds vele jaren als een dankbaar instrument ingezet bij het op gang helpen van gebieds- en stadsontwikkeling. Meer en meer regio’s spelen de culturele kaart als strategie openlijk uit. Antwerpen-Zuid zou Antwerpen-Zuid niet zijn zonder het M HKA, het Fotomuseum, de galeries en kunstenaars die de buurt stevig opwaardeerden. De invloed van Wiels op de ontwikkeling van Vorst is zichtbaar positief en waarom investeert Hasselt in zoiets als de kunstbiënnale Manifesta? Omdat ze terecht geloven in de kracht ervan, ook al is deze moeilijk in cijfers te meten.
Kunst en cultuur zijn de magneten die een economisch stabiele bevolkingsgroep aantrekken, vasthouden en hen beelden en een identiteit verlenen. Regio’s met een interessant en gevarieerd cultureel aanbod stralen zekerheid en optimisme uit. Dit drukt zich niet alleen uit in cijfers, maar ook in de waarden die een gezonde maatschappij bepalen: gastvrijheid, tolerantie, respect, verdraagzaamheid...
Kunst en cultuursector is ook een effectieve bron van werkgelegenheid, en niet alleen voor de sector zelf. Kunst en cultuur creëren kleinschalig werkgelegenheid bij externe bedrijven die diensten en producten leveren, maar ook bij deze, die in de directe omgeving van het kunst en cultuurleven opbloeien: horeca, winkeltjes, taxi’s, hotels...
Kunst en cultuur creëren bovendien een atmosfeer die het voor jonge mensen en belasting betalende gezinnen aantrekkelijk maakt in een bepaalde regio te komen wonen, maar ook bedrijven motiveert om zich juist hier te vestigen.
Het stimuleren van verbeeldingskracht en creativiteit draagt bij aan het innovatievermogen van mensen die midden in het leven staan. Werknemers en creatieve professionals met frisse ideeën zijn in staat om nieuwe impulsen op te nemen en voorts te ontwikkelen. Niet voor niets voeren rankings van steden ‘leefbaarheid’ en ‘een rijk cultureel leven’ steeds opnieuw op als belangrijkste criterium voor een aantrekkelijk zakelijk milieu. Innovatie en creativiteit gaan hand in hand.
Kunst en cultuur leeft bij het welzijn van zijn actoren.
De subsidies die de Vlaamse Gemeenschap in deze sector investeert, hebben het effect van een drupje olie in de gelederen van een steeds complexer wordende maatschappij en sociale economie, die aan slagkracht dreigt te verliezen door het verlies aan identiteit onder de druk van globale krachtmetingen.
Dankzij de krachtige eigen dynamiek van de culturele sector, die drijft op de mensen die hierin werkzaam zijn, zijn Investeringen hierin dus een bijzonder effectieve en in verhouding relatief goedkope manier is om de aantrekkingskracht van een regio te vergroten, de lokale economie te stimuleren en deze een internationaal gezicht te verlenen. Hieraan is door voorgaande regeringen hard gewerkt en dit bleef niet zonder resultaat.
Kunst en cultuur is echter ook een gevoelige sector, die op kleine veranderingen snel reageert. Juist omdat ze drijft op menselijke krachten: motivatie, overtuiging en passie... Deze worden gevoed door meer dan geld alleen - maar dat kleine beetje geld maakt wél het grote verschil.
Bezuinigingen in de culturele sector komen héél hard aan en treffen haar in de kern: bij de mensen die er keihard aan trekken om de tuin tot bloeien te brengen... De kunstenaars en de mensen die tegen lage lonen deze bedrijfstak in leven houden.
Enkele getallen: Dit jaar werden er 250.000 euro op de rechtstreekse subsidies aan beeldende kunstenaars bespaard. Peanuts, zou je denken, maar ondertussen wel 30% (!) van wat er hiervoor jaarlijks vanuit de Vlaamse Gemeenschap aan projectsubsidies ter beschikking staat... Ook de voor kunstenaars meer dan welkome tussenkomsten voor internationale werkverblijven, reis-, verblijf- en transportkosten gaan in 2010 achteruit en dit met maar liefst 42%. Hiermee vertrappel je de wortels van een autonome en onafhankelijke kunstenaarspraktijk en zo ook de noodzakelijke voedingsbodem van de volledige kunstensector.

Een ook de structureel gesubsidieerde instellingen lijken er met 1.5 % – 3% bezuinigingen gezegend van af te komen – ware het niet, dat dit al de tweede ronde is op korte termijn, waardoor er nauwelijks op geaniticipeerd kon worden. In de vaste lasten kan niet ad hoc geschoven worden en ook blijven zij niet verschoond van de jaarlijkse indexaties... op korte termijn dreigt het gevaar dat de organisaties geen andere mogelijkheid zien dan de kortingen af te wenden op de flexibele kosten: productie, tijdelijke banen, opdrachten aan kunstenaars...
En wanneer we ons realiseren dat in de lonen gemiddeld 15% lager liggen dan in vergelijkbare functies in andere sectoren, zullen zich nieuwe bezuinigingen op langere termijn heel hard wreken.
We schreven dit al eerder: De marges zijn nihil. De inhaalbeweging die in gang werd gezet werd,  dreigt te worden afgebroken – op lange termijn zal de sector onvermijdelijk aan snelheid verliezen.
Het VOBK en NICC maken zich dus ernstig zorgen over het evenwichtig functioneren van de sector wanneer er zonder grote visie, zonder veel overleg en op zeer kort termijn bezuinigingen doorgevoerd worden. Ze waarschuwen ervoor, dat dit de maatschappij op lange termijn meer kost, dan ze effectief aan middelen uitspaart.

Bezuinigen op kunst en cultuur in een tijd waarin positieve stimulans hard nodig is, is inefficiënt en kortzichtig.

Kunst en cultuur vormen een belangrijke bron van inspiratie. Waar haal je je ideeën vandaan? Waar ga je op zoek naar antwoorden op moeilijke vragen? Waar vinden openbaringen plaats, die je voor de rest van je leven bepalen? In het museum, in de literatuur, in het theater...
Cultuur is ook bij uitstek een jonge sector, een creatieve, met ruimte voor onderzoek en experiment. Vele jonge, pas afgestudeerden doen hun eerste werkervaringen op binnen de culturele sector, omdat mensen hier de kans geboden wordt om te groeien en zich te ontwikkelen. En ook aan hen, die hun plek in de maatschappij minder makkelijk vinden... Het culturele bedrijf is, zolang wij dit nog volhouden, nog steeds een plek waar prestatie niet altijd en uitsluitend aan een economische waarde gerelateerd is – iets dat nauwelijks een andere plek nog bieden kan.
Een zichzelf respecterende maatschappij zorgt voor een geestelijk gezonde en uitgebalanceerde basis, die niemand uitsluit en iedereen een kans geeft zichzelf, op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo, te ontwikkelen. Een gezond beleid op gebied van kunst, cultuur en onderwijs is hier onontbeerlijk. Het snoeien zonder visie in uitgerekend deze sectoren, leidt tot maatschappelijke amputatie.

Tot slot

Het is niet toevallig, dat er over de culturele sector steeds in termen der natuur gesproken wordt: Bloeien, snoeien en bevruchten.... Blijven we in gedachten even kort bij deze metaforische idylle en stellen we ons voor hoe de politiek op dit moment te werk gaat...
De tuin groeit en bloeit wild om zich heen. Hoe kan het ook anders? In de afgelopen jaren werd er veel geplant en flink gemest, nadat men het er roerend over eens was dat dit stukje grond in vergelijking met de tuin van de buren er wel héél erg schraal bij lag. Met veel plezier zag men hoe de tuin opbloeide en ieder plantje zijn kans kreeg. Maar plantjes hebben licht en zuurstof nodig en dan moet er, naarmate het groen dichter wordt, gesnoeid en gewied worden. Omwille van de groei. Omwille van de diversiteit. Omwille van de kracht van al die verschillende planten en plantjes.
Wie dit met beleid en kennis van zaken doet, staat er verbaasd over wat er met visie en vertrouwen, en met in verhouding weinig middelen, allemaal bereikt kan worden. De natuur doet haar werk toch haast vanzelf!
Maar de huidige tuinman van dienst is overvraagd. Ze is niet geheel vrijwillig in die tuin geplaatst en weet zich met al dit eigenwijze groen geen raad. Ze geeft de indruk zich hier niet prettig te voelen en niets liever te willen dan een betegeld koertje te mogen onderhouden... Maar ze moet. En in plaats van naar die tuin te kijken en ernaar te luisteren, grijpt ze naar het meest eenvoudige middel dat ze kan bedenken om deze groene wildernis tot de orde te roepen: ze draait de kraan een gevoelige slag dicht. En dan nog eens en maant de plantjes ondertussen tot zelfdiscipline. ‘Doet u het maar allen met wat minder! We moeten allemaal gelijk bezuinigen.’ roept ze met geforceerde bravoure, want erg overtuigd van haar eigen gelijk is ze niet. Stiekem lijkt ze te hopen, dat de natuur zijn werk vanzelf wel doet.
Nu, lieve Minister, beste politici van de Vlaamse Parlement, net als veel andere maatschappelijke sectoren heeft ook kunst en cultuur een helder beleid nodig, dat de sector en de middelen aanstuurt. Wij pleiten in deze moeilijke tijden niet voor meer geld, maar wel voor meer visie.
Als wij nou eens ons werk doen, doet u dan het uwe?

PERSBERICHT -  VOOR DE BEELDENDE KUNST ZIJN KUNSTENAARS VANDAAG EEN OVERBODIGE LUXE?

Terwijl de kunstinstellingen in 2010 voor ca. 2 % op hun werkingskosten dienden te besparen en dat cumulatief ook in 2011 zullen moeten doen, komt dit voor de rechtstreekse ondersteuning aan individuele kunstenaars neer op een in 2010 gerealiseerde besparing van 30 % op de projectsubsidies en 42% op de internationale tussenkomsten. 

De (beeldende) kunstenaars ontsnappen in 2010 niet aan de besparingsdans. Maar een besparing van 2 % doorvoeren op een bedrag dat reeds 10 jaar een bijna onmerkbare, luttele fractie is van het totale cultuurbudget (0,35 % van het cultuurbudget of 6,5 % van de subsidies toegekend aan beeldende kunst-instellingen) is slechts een druppel op een hete plaat. Daarom werd in de loop van 2010 op het totale budget voor rechtstreekse ondersteuning aan kunstenaars een besparing van ruim 30 % gerealiseerd. Ondersteuning in de vorm van ontwikkelingsgerichte beurzen, projectbeurzen en creatieopdrachten aan beeldende kunstenaars werd vanaf mei 2010 volledig geschrapt.

In concrete cijfers betekent dit dat in 2010 slechts 500.000 euro van de gemiddelde 750.000 euro toegekend werd aan beeldende kunstenaars in de vorm van rechtstreekse steun. De recent gepubliceerde cijfers van het Agentschap Kunsten en Erfgoed maken de in de loop van 2010 almaar afkalvende steun aan kunstenaars pijnlijk duidelijk. (267.000 euro (1e ronde), 211.000 euro (2e ronde) en tenslotte 43.000 euro (3e ronde)).

Ook de steun in de vorm van tussenkomsten voor internationale werkverblijven, reis-, verblijf- en transportkosten gaat in de loop van 2010 achteruit en dit met maar liefst 42% ten opzichte van 2009. 

In Nederland bedraagt de rechtstreekse ondersteuning van de kunstenaars, omgerekend naar het Vlaamse bevolkingsaantal, meer dan het 10-voudige van de 750.000 € die de Vlaamse overheid hen de voorbije jaren ter beschikking stelde. Het huidige subsidiëringsbeleid van de minister maakt kunstenaars alvast niet lui, een vrees die zij uitsprak in een interview met het weekblad Humo. Het dwingt de kunstenaars integendeel om het overgrote deel van hun tijd, energie en creativiteit niet te investeren in hun kerntaak – de creatie van werk – maar in de zoektocht naar alternatieve financieringsbronnen voor de kunstproductie. Wat van de kunstenaar in deze tijden trouwens de grootste investeerder in de cultuursector maakt.

Willen die besparingen zeggen dat de minister geen hart heeft voor cultuur? Zeker en vast heeft ze dat wel. In september 2010 beslist de minister dat 2 grote cultuurinstellingen, de Singel en het Concertgebouw van Brugge, samen jaarlijks 800.000 € recurrent extra krijgen. Dat is ruim meer dan wat haar voorganger als totale steun op jaarbasis voor de beeldende kunstenaars had voorzien, die eens te meer terugvallen op eigen middelen om een basisinfrastructuur uit te bouwen.

In het huidig aankoopbeleid voor hedendaags beeldend werk komt diezelfde filosofie naar voren. Van de schamele op jaarbasis beschikbare 200.000 € voor de aankoop van kunstwerken in 2009 wordt 50.000 € niet aan aankoop - een investering in onze kunstenaars - besteed, maar overgeheveld naar de verbouwingswerken aan het M HKA.

NICC, belangenbehartiger van beeldende kunstenaars, roept de minister en de volledige Vlaamse regering op om met eenzelfde groot hart voor cultuur het totale bedrag dat in 2010 geïnvesteerd is in baksteen in 2011 rechtstreeks toe te kennen aan de beeldende kunstenaars in de vorm van ontwikkelingsgerichte, project- en trajectbeurzen.

Mark Swysen, 30 oktober 2010

Het volledige persbericht en cijfers kan je hier lezen. 

 

 

DEBAT FEDERAAL MEMORANDUM BEELDKUNST - BUP, NICC, SMARTbe, VOBK - 8 JUNI 2010

Het BUP, NICC, SMartBe en VOBK stellen op 8 juni gezamenlijk hun federaal memorandum van de beeldkunst voor.
In het document worden naar aanleiding van de aanstaande verkiezingen een aantal beleidsvoorstellen geformuleerd en kort toegelicht.
Verschillende Vlaamse politici zullen in debat gaan over twee prioritaire thema’s uit het memorandum, het Kunstenaarsstatuut en de Tax Shelter.
Het voorlopige programma ziet er als volgt uit:
14u00:  Onthaal waarbij u een memorandum aan de ingang ontvangt
14u30:  Verwelkoming en introductie van het thema 'Kunstenaarsstatuut' door NICC  en SMartBe
14u40:  Debat met politici. De volgende personen hebben al toegezegd:
- Sofie  Staelraeve (Open Vld), Geert Lambert (Groen!) , Karel  Deruwe (LDD), Yamila Idrissi (sp.a), Paul Delva (CD&V)
15u10:  Intro thema Tax Shelter door VOBK
15u20:  Debat politici
15u50:  Slotconclusie
16u00:  Receptie en bezoek aan de Kunstenaarsportretten van de Stichting SMartBe 
Wanneer
Dinsdag 8 juni 2010 van 14u tot 16 u
Waar
De voorstelling, het debat en de receptie vinden plaats in de gebouwen van SMartBe in de Coenraetsstraat 82 te 1060 Sint-Gillis.
Inschrijvingen
Inschrijven kan via lae@smartbe.be <mailto:lae@smartbe.be> . De inschrijvingen worden afgesloten op donderdag 3 juni 2010 om 12u.
Downloads
Het memorandum kan je alvast hieronder downloaden. 

VERSLAG PANELDEBATPROGRAMMA "HOW TO START?" OVER DE MOEILIJKHEDEN AAN HET BEGIN VAN DE KUNSTENAARSLOOPBAAN

Binnen het kader van de tentoonstelling "New Kids on the Block" vestigde NICC i.s.m. Vlaams-Nederlands Huis deBuren de aandacht op de moeilijkheden waarmee jonge kunstenaars worden geconfronteerd aan het begin van hun carrière.
In een reeks van 3 panelgesprekken How to start? "On the difficulties encountered at the beginning of a young artist’s career” werd de problematiek vanuit verschillende hoeken benaderd, met nationale en internationale kunstenaars en vooraanstaande gastsprekers uit de galeriewereld, de instellingen, het kunstonderwijs en de overheid."  Moderator Prof. Dr. Hans M. De Wolf schreef een verslag van de drie debatavonden.                                                                                                                                                                                       "Hoeven we ons zorgen te maken over de omstandigheden waarin jonge, aankomende kunstenaars zichzelf en hun oeuvre vandaag kunnen ontwikkelen?  Hoe ziet de culturele omgeving eruit waarin ze hun weg moeten vinden richting galerij, publiek, museum?  Hoe eenzaam is een dergelijke trip en wat voor strategieën kunnen jonge kunstenaars ontwikkelen om tot een doorbraak te komen, enige erkenning te genieten of begrepen te worden?  Vormt de economische kracht van de kunstmarkt werkelijk een doorslaggevende factor, of is het ook mogelijk als een gedetermineerde einzelganger een oeuvre tot stand te brengen, en verdient een dergelijke inspanning dan een bijzondere aandacht van de overheid?  Welke rol mag deze overheid zich overigens toe-eigenen in het hedendaagse kunstdebat en in welke mate is het wenselijk dat ze haar engagement al dan niet delegeert aan specifieke non-profit instituten zoals musea en kunsthallen?  Of zal ze zich eerder toeleggen op de individuele behoeften van individuele kunstenaars, maar aan de hand van welke criteria moet deze gekwelde overheid dan uitmaken wie ze voor een dergelijke, gerichte ondersteuning uitkiest?   Waarom vindt men het doorgaans vanzelfsprekend dat een pas afgestudeerde master afgeleverd door de universiteit een grote kans maakt om na een relatief geringe tijd te kunnen opereren in een financieel stabiele omgeving, terwijl men van jonge aankomende kunstenaars niets anders verwacht dan dat ze de woestijn worden ingestuurd om in vele gevallen eerst na een grillig traject met ups en downs rond 35 te kunnen gewagen van enige erkenning?  Waarom vinden we een dergelijke gigantische investering in een op zijn zachtst uitgedrukt onzekere uitkomst, normaal?"                                                                                  lees het volledige verslag hier                                          

REACTIE OP INTERVIEW MET MINISTER VAN CULTUUR IN HUMO

 

GEACHTE LEZER,

Het kunstenaarscollectief NICC ijvert als belangenbehartiger van de professionele beeldende kunstenaars voor een fatsoenlijk maatschappelijk en sociaal kader waarin de beeldende kunstenaar zijn/haar artistieke praktijk kan ontwikkelen. U zal daarom begrijpen dat wij met enige verontwaardiging het recente interview met minister Schauvliege in Humo 2010 blz. 47 gelezen hebben.
Wanneer de interviewer stelt dat “er 2 keer zoveel subsidies worden uitgekeerd als 10 jaar geleden. Een nare evolutie: het maakt kunstenaars lui” laat men denken dat kunstenaars een luilekker leventje kunnen leiden op kosten van de overheid, dankzij een teveel aan subsidies.
De subsidies voor individuele beeldende kunstenaars zijn van 2001 tot 2010 onveranderd gebleven op een bedrag van ca. 750.000€ voor ongeveer 120 kunstenaars.  In diezelfde periode is het subsidiebedrag voor beeldende culturele organisaties vervijftienvoudigd tot meer dan 6.000.000€. De steun aan de cultuursector in zijn totaliteit was dus duidelijk toe aan een inhaalbeweging. Hoe valt dit te rijmen met het feit dat de steun aan individuele kunstenaars daarentegen gedurende de 10 voorbije jaren status quo is gebleven en, de inflatie in acht nemend, er op achteruit is gegaan. Rekening houdend met de steun aan Kunsten en Erfgoed, gaat amper 2% van de subsidies naar de individuele kunstenaar, de creatieve bron van diezelfde kunstensector. Een studie door Pascal Gielen leert dat de culturele sector voor meer dan 90 % wordt gefinancierd door de kunstenaars zelf. De subsidies aan de diverse intermediaire organisaties omvatten ook de lonen van medewerkers en leidinggevenden, terwijl diezelfde kunstenaar zijn magere boterham meestal elders moet verdienen.  Dus van “pampering” is echt niet veel sprake.
Wij citeren hier echter graag een zin uit de beleidsnota van onze nieuwe minister, waarin duidelijk staat dat er “meer aandacht voor de individuele kunstenaars en hun sociaaljuridische positie en een sterkere investering in beurzen en ruimere trajectbeurzen moet komen.”

NICC VZW
 

GESPREK MET DHR. JAN VERMASSEN (ADVISEUR BEELDENDE KUNST VAN HET MINISTERIE VAN CULTUUR)

AGENDAPUNTEN van het NICC (Gert Verhoeven, Koen Van den Broek, Guillaume Bijl en Wim Catrysse) in gesprek met Dhr. Jan Vermassen 

(Adviseur Kunsten en Erfgoed van het Ministerie van Cultuur) op 14 december 2009.  Er is afgesproken dat in 2010 dit gesprek wordt verdergezet en deze punten worden opgevolgd:

SUBSIDIES KUNSTENAARS :
In het Kunstendecreet is het subsidiebedrag voor individuele kunstenaars sinds 2001 hetzelfde gebleven. (+-750.000 Euro).  Het subsidiebedrag voor organisaties is vervijftienvoudigd

sinds 2000. (+- 6.000.000 Euro) (ZIE TABEL). Hoe verantwoordt men dit? Wij vinden dat de individuele kunstenaar als bron van het gehele kunstveld naar 2.500.000 Euro opgetrokken

moet worden in de volgende jaren om tot een echte professionalisering, internationalisering en netwerking te komen.  90 % van onze waardevolle hedendaagse kunstenaars hebben een

deeltijds kunstenaarsstatuut (+- 120), terwijl in de kunstensector dubbel zoveel bemiddelaars full time werknemer zijn?
Er wordt hier duidelijk een onverstaanbaar bemiddelaarsbeleid gevoerd zonder veel resultaat (98  % gaat naar organisaties en Kunsten en Erfgoed).  
Opmerking : In het nieuwe regeerakkoord opteert men ook voor een sterkere investering in beurzen voor individuele kunstenaars.  

AANKOOPBUDGET MINISTERIE :
Het aankoopbedrag van de Vlaamse Gemeenschap is herleid tot nul.:
In 2000 : 14.000.000 Bfr.,
In 2005 : 125.000 Euro,
In 2009 : 0.
Hoe zit het met ons Vlaams erfgoed van huidige kunstenaars in bvb. 50 jaar?
Deze aankopen zouden meer gestimuleerd moeten worden naar de hedendaagse kunstenaars toe, alsook naar het erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap.
Het is voor beide partijen een waardevolle return(een win - winoperatie).

STATUUT VAN DE KUNSTENAAR :
Het Kunstenaarsstatuut is meer geprofileerd naar de theaterwereld toe dan naar de beeldende kunstenaar.  Praktisch geen beeldende kunstenaaars kunnen er de voordelen van genieten

COMMISSIE  :
Daar wij als professionele kunstenaarsorganisatie 80 % van de commissieleden niet kennen, vinden wij deze huidige samenstelling op zijn minst vreemd.

BAM :
Daar kunstenaars onvoldoende uitgenodigd worden bij debatten, interventies en reizen van deze organisatie, vinden wij dat het Bam meer een bemiddelaar wordt
van bemiddelaars.
 

OVER DE MOEILIJKHEDEN AAN HET BEGIN VAN DE KUNSTENAARSLOOPBAAN

Binnen het kader van de tentoonstelling "New Kids on the Block" wil NICC i.s.m. Vlaams-Nederlands Huis deBuren de aandacht vestigen op de moeilijkheden waarmee jonge kunstenaars worden geconfronteerd aan het begin van hun carrière.

In een reeks van 3 panelgesprekken How to start? "On the difficulties encountered at the beginning of a young artist’s career” wordt de problematiek vanuit verschillende hoeken benaderd, met nationale en internationale kunstenaars en vooraanstaande gastsprekers uit de galeriewereld, de instellingen, het kunstonderwijs en de overheid."


Woensdag 18.NOV.09, 20 h
Manuel Klappe (W139, Amsterdam), Stella Lohaus (Stella Lohaus Gallery, Antwerp), Prof. Dr. Raimund Stecker (Lehmbruck Museum, Duisburg), Philippe Van Cauteren (SMAK, Gent), Gert Verhoeven (Kunstenaar, BE) en Henk Visch (Kunstenaar, NL)
 
Woensdag 9.DEC.09, 20 h
Theresa Frölich (Kunstenaar, GER), Benjamin Greber (Kunstenaar, GER), Thomas Hug (COMA gallery, Berlijn), Adrien Lucca (Kunstenaar, BE), Tatjana Pieters (Onetwenty Gallery, Gent), Marianne Van Tilborg (Lumen Travo Gallery, Amsterdam) en Renée Van Trier (Kunstenaar, NL)
 
Woensdag 20.JAN10, 20 h
Guillaume Bijl (Kunstakademie Münster), Koen Brams (Jan van Eyck Academy, Maastricht), Dirk De Wit (BAM, BE), Hans Martens (HISK, Gent), Christoph Tannert (Künstlerhaus Bethanien, Berlijn), Lex Ter Braak (directeur Fonds Beeldende Kunst, Amsterdam) en Jan Vermassen (adviseur Kunsten Vlaams minister van Cultuur) 

 

 

ONDERZOEK RECHTSTREEKSE SUBSIDIERING

 

Ter voorbereiding op het Panel Gesprek van 26.FEB.09 : Kunst als economische sector met Jan Van Imschoot, Adriaan Raemdonck, Jean-Jacques De Gucht en moderator Johan Pas richtte het NICC een onderzoek in naar de ervaring van de beeldende kunstenaars t.o.v het Vlaams subsidiebeleid.


NICC verstuurde tussen oktober en november 2008 enquêteformulieren naar 130 professionele kunstenaars. De vragen toetsen onder meer de verwachtingen van kunstenaars ten aanzien van de rechtstreekse subsidiëring en algemene problemen die zich stellen. 

Lees meer over de resultaten van De enquete

Op basis van deze onderzoeksresultaten schreef NICC eind 2008 het politieke memorandum '8 voorstellen voor betere werkomstandigheden en een autonome kunstenaarspraktijk'.

 

 

 

LINKEN NAAR STEUNMAATREGELEN

 

Subsidies door de Vlaamse Gemeenschap  

Subsidies door de Franse Gemeenschap

Vlaams Audiovisueel Fonds  

Subsidies door de VlaamseGemeenschapcommissie - VGC 

Investeringsfonds Cultuurinvest 

Vlaamse vertegenwoordigers in het buitenland